default_mobilelogo

Bij “goedkope” huurwoningen denken de meeste gemeenteambtenaren al snel aan de woningcorporaties. Niet ten onrechte. Nog steeds is van alle huurwoningen bijna 69% in eigendom van een woningcorporatie (Bron: CBS Statline 2017). Overigens neemt dit aandeel wel af. Vijf jaar eerder, in 2012, was nog bijna 73% van de huurwoningen van een corporatie. In deze periode is het aantal huurwoningen wel toegenomen met ruim 150.000. Van de ruim 1.000.000 huurwoningen in particuliere handen is natuurlijk ook een groot deel geprijsd boven de liberalisatiegrens van €710,68. Maar toch hebben ook veel huurwoningen van particuliere eigenaren een prijs onder deze liberalisatiegrens.

Huisvestingswet 2014

Daarmee vallen deze woningen onder de werking van de huisvestingsverordening, indien een gemeente die heeft vastgesteld. De huisvestingswet 2014 verbiedt een in verordening aangewezen woonruimte zonder huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven. Voor woonruimteverdeling op basis van de Huisvestingswet 2014 is dus een vergunningensysteem vereist. In de huisvestingsverordening moet dan ook de vergunning plichtige woonruimtevoorraad worden afgebakend.

Afbakening

Volgens de Huisvestingswet kan de afbakening van de voorraad betrekking hebben op:

  • De huurprijs van de woonruimte
  • Het woningtype
  • De ligging van de woning

Zoals eerder in het artikel Bezint eer gij verordent is aangegeven, mag een gemeente alleen verordenend optreden indien er sprake is van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Daarmee is ook duidelijk waarom bovenstaande criteria genoemd worden. Het kan gaan om te weinig goedkope woningen. De ongewenste effecten kunnen ook betrekking hebben op een bepaald type woning. Zoals bijvoorbeeld zorgwoningen of bepaalde delen van de gemeente waar de schaarste leidt tot onevenwichtige en onrechtvaardige effecten. Het is daarmee duidelijk dat dus niet het soort eigenaar, corporatie of niet, van invloed is op het van toepassing zijn van verordening en vergunningplicht.

Level playing field

In het vaak bepleitte “Level playing field” tussen corporaties en overige eigenaren van niet geliberaliseerd huurwoningen, is het een omissie dat deze laatste vaak niet vallen onder de regels van een eventuele verordening en de daarbij horende vergunningplicht. Dit biedt particuliere eigenaren namelijk extra selectiemogelijkheden ten aanzien van huurders die zij in aanmerking willen laten komen voor hun woningen. Het is daarom aan te bevelen ook het niet-geliberaliseerde deel van de particuliere huursector onder werking van een eventuele huisvestingsverordening te brengen. Voor zover dat nog niet gebeurd is, zoals bijvoorbeeld in de gemeente Amsterdam.

 

Dit artikel is geschreven door Dr. Henk van Dijk, Adviseur Woningmarkt bij Enserve.

Eerder verschenen in de serie:

Bezint eer gij verordent

Niet meer gezinnen, wel meer gezinswoningen

Wat kan mijn gemeente doen voor starters op de woningmarkt?